Bron van Liefde

Stel dat ik in de krant zou staan, Met foto’s naast het weerbericht
Zou dat dan zijn omdat mijn lief, de journalist heeft ingelicht
dat in onze tuin een bron van liefde is ontstaan.

Ja, stel j’ eens voor hoe dat zou zijn. Zo’n bron van liefde zo nabij…
Zou ik dan samen met mijn lief, zo heel bedrijvig en naïef
als in een fokkerij op vrijersvoeten zijn?
O O O O O

Nee, liefde is veel meer dan het spel van de konijnen
Al zit ze mooi verpakt in kantenondergoed 
En al doet ze razendsnel mijn beltegoed verdwijnen
De echte liefde die stroomt in overvloed 

Dus kom maar af, ja, mijn tuin is open
En breng mee: fles of glas of jerrycan
Want echte liefde, zegt men, kan je niet kopen
’t is je gegund, ik breng ze gratis aan de man
Maar O O O O O, niet tegelijk !

Op maandagavond is de bron voor alle meisjes 
en dinsdag wordt een echte mannen dag
Op woensdag werk ik zonder lijstjes en wie niet veel verdragen kan
is welkom op de donderdag
Vrijdag is T-dansant voor alle babyboomers, 
En zaterdag komt X’, en Y’ aan Z’
Zondag slaap ik uit en daarna, met de fanfare, 
wordt het feest van de liefde in de wereld gezet. 

En iedereen zingt mee: Lalalalalala, lalalalalala
Allemaal !	Lalalalalala, lalalalalala ------, ---

Ik heb mijn tuin gebarricadeerd, nee ’t feestje heeft niet lang geduurd
want de liefde werd gemassacreerd en raakte ook nog fel verzuurd, 
ja, ‘k heb mijn lesje snel geleerd.

Want in naam van liefde voor zijn eigen volk, 
stak de buur, zijn buurman, met een dolk, 
en in naam van liefde voor het eigen ras, 
zat de hoofdstad, nog dagenlang in zak en as, 
en in naam van de liefde voor een god, werd met anders-zijn gespot; 
zo stond het zwart op wit, in de krant
en in naam van liefde heeft ze gezwegen, toen ze zat gevoerd 
door haar vrienden werd aangerand
ja, in naam van liefde voor het geld, werd de aarde uitgeteld
kreeg ik het warm en sloeg de kou me om het hart, 
ja, in naam van liefde nam ik dat besluit en was het 
sprookje even snel weer uit. 

Ik heb de bron diep weggestopt. Nu stroomt de liefde ondergronds
en er is niemand onder ons die ze nu nog claimen kan
niet voor vaderland of godsdienst of voor vorst

lalalalalala, lalalalalala (zachter) 

Dus zoek ze niet, 
zoek niet te ver, want eens dat liefde zich lanceert 
is ze voorbij, voordat je ’t weet, 

en waar ze komt, 
is niet gepland, niet g’arrangeerd, in niemands hand, 
zo heel discreet, pakt ze je beet

ze vermomt zich in ’t moment, 
zo doet ze of ze jou niet kent, al is ze even blijven hangen 
in hoe ze naar je keek

besef je dan te laat, Ja ! Daar! 
Die blik, dat handgebaar; dat je na wanhoop toch weer even…
als de zon achter de wolken? 
in de schitter van de golven? 

Zit z’in een boot in nood, op de Middellandse zee? 
of in dat kleinkind al zo groot, dat nukkig zegt: 
“ik wil erbij maar ‘k wil niet mee” 

In de klank van de viool, zo lichtvoetig vogelvrij?
Zit z’in jou, zit z’in mij? 

Zit z’in oma’s rijstebrij, in die smaak of in je genen?
Brengt ze mensen dichter bij ?

Zit z’in jou of zit z’in mij?
Zit ze naast jou, in die rij? 

Zit z’in jou of zit z’in mij?
Zo maakt ze ons tot wij.
							

Tekst en muziek: Jo Huylebroeck 
Schilderij: Tie Van Beselare

In

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *